Nederlands tweetal naar University of Nebraska

Aan de vooravond van het vertrek naar Praag voor het Europees kampioenschap honkbal onder 18 jaar wordt er nog getraind op het complex van Amsterdam Pirates. Voor de training zitten Kaj Timmermans (17 jaar) en Tim Schaareman (18 jaar) nog even bij elkaar om over het aankomende avontuur te praten. En dat is gek genoeg niet het EK. Voor hen gaat vanaf eind augustus een studie aan de University of Nebraska van start. Op zich is dat al bijzonder, maar deze University behoort tot de top in de Verenigde Staten.

Kaj Timmermans, pitcher bij Mr.Cocker HCAW en afkomstig uit de opleiding van Scimitars, begint te vertellen: “Tim en ik kennen elkaar al vanaf dat we twaalf waren en tegen elkaar speelden. Vanaf ons veertiende jaar zitten we samen in de selecties van nationale jeugdteams. We zijn elkaar daardoor steeds beter leren kennen. We zaten ook bij elkaar op de kamer.”

Tim Schaareman, tweede honkman en korte stop bij AdoLakers en afkomstig uit de Tsunami-opleiding, legt uit hoe ze in contact zijn gekomen met de Amerikaanse universiteit: “Vorig jaar was Evan Porter korte stop bij AdoLakers en speelde ik als eerstejaars naast hem. Hij maakte als grapje dat we naar de college moesten waar hij vroeger ook op had gezeten. Later kreeg hij de aanbieding om daar assistent-coach te worden en werd hij serieuzer om mij daarheen te krijgen. Hij vroeg mij of ik iemand kende die dat niveau ook aan zou kunnen. Ik heb toen Kaj genoemd.”

Pittige testen

Schaareman en Timmermans krijgen daarmee de kans om vanaf augustus in de Verenigde Staten te gaan honkballen. “We krijgen een beurs voor het honkbal, maar school is erg belangrijk in dit geheel”, legt Timmermans uit. “We hebben net allebei ons HAVO-diploma gehaald, maar moesten nog wel een aantal pittige testen doen voor de opleiding zelf, waarbij we een bepaalde score moesten halen.” Volgens Schaareman is Porter de grote pleitbezorger geweest voor het tweetal. “Hij heeft een behoorlijke staat van dienst in Nebraska en heeft de andere coaches overtuigd om het risico met ons te nemen. Ze vertrouwen zijn oordeel volledig.”

De begeleiding vanuit de talentontwikkeling heeft ook zeker zijn vruchten afgeworpen aldus Schaareman: “Je zit vanaf jonge leeftijd al bij de beste spelers van Nederland en krijgt bovenop de clubtrainingen nog betere trainingen. Het is echt een hele goede opleiding.” Ruar Verkerk en Rachid Engelhardt zijn een overeenkomst aangegaan met proforganisaties. Maar de weg die Schaareman en Timmermans gaan bewandelen, is zeker niet minder aldus Timmermans: “We hebben meer tijd en er is wat minder competitie onderling. Bovendien volgen we nog een mooie opleiding.”

Missen

Voor de twee kersverse collegehonkballers is de steun van familie, vrienden, clubs, academies en de begeleiding vanuit het Nederlands team erg belangrijk geweest. “Ik werd vanochtend gebeld door Frank Mooijman (teammanager bij Mr.Cocker HCAW, red.). Hij vertelde me hoe trots en blij hij is voor mij.” Schaareman vult aan: “Mijn moeder heeft haar baan opgegeven toen ik elf jaar was. Ze heeft alles gedaan om mijn honkbalcarrière vorm te geven. Ik ga haar zeker missen wanneer ik in Nebraska ben.”

Martijn Nijhoff is als talentcoach bij de honkbalbond KNBSB betrokken geweest bij de ontwikkeling van de twee spelers. “Er zijn drie trainers per team en we trainen vijf keer per week zodat de echte talentjes boven komen drijven. Het is een soort van trechter waarin de trainingen, naar mate de spelers ouder worden, worden geïntensiveerd.” Begeleiding bij contacten met scouts vanuit de Major League Baseball of Amerikaanse colleges is er daarbij nog niet. “De meeste spelers hebben op jonge leeftijd al een agent die hen daarin begeleidt. Al het geld en middelen die nu voor handen zijn, worden op dit moment gestopt in het programma. Er is dus nog wel een stukje verbetering na te streven, maar op zich gaat het wel goed.”

Amerikaanse cultuur

Volgens Nijhoff is een college een goede manier om uiteindelijk de top te kunnen bereiken. “Nederlandse honkballers zijn lichamelijk gezien minder sterk. Om een profcontract te kunnen tekenen, moeten zeventienjarige pitchers 90 miles per uur (144 km/u) gooien. Dat is maar voor weinigen weggelegd. Drie jaar later lukt dat deze spelers wel. Maar clubs uit de Major League zijn niet bereid om daar zo lang op te wachten. Op een college is dat anders. Daar krijgen spelers tijd om door te groeien en ook te wennen aan de Amerikaanse cultuur. Robert Eenhoorn en Rikkert Faneyte hebben ook eerst op een college gehonkbald.”

Gemakkelijk gaat het niet worden voor de spelers van AdoLakers en HCAW. “Het niveau dat ze daar gaan spelen, is erg hoog”, vertelt Nijhoff. “Boven dat van de hoofdklasse. Ze spelen samen met tweede, derde en vierdejaarsspelers. Het is niet ongebruikelijk dat eerstejaars spelers het team niet halen, want daar is ook maar plek voor 25 man.” Zijn advies is duidelijk: “Keihard blijven trainen.” Tot slot zegt hij: “Ik volg ze al jaren en weet zeker dat we niet het laatste van deze twee spelers hebben gehoord.”

Deel dit bericht: Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page