Scout Peter van Dalen: ‘We zijn bezig met een inhaalslag’

Nederland kent enkele scouts. Mensen die voor Major League-organisaties talenten in Nederland proberen te ontdekken. Peter van Dalen is daar één van. Als scout voor Seattle Mariners tekende hij grote talenten als wijlen Greg Halman, Lars Huijer, Scott Ronnenbergh en recentelijk nog Tom de Blok. Naast de scouting heeft hij ook nog een drukke baan als accountmanager bij een horeca groothandel. Onderweg naar een klant vertelt Van Dalen meer over zijn rol als scout.

De 49-jarige Peter van Dalen speelde tussen 1980 en 1994 voor Kinheim, Haarlem Nicols en Mr.Cocker HCAW in de hoofdklasse. Hij kwam in die periode bovendien uit in 24 interlands voor het Nederlands honkbalteam. Na zijn actieve spelerscarrière legde Van Dalen zich toe op het coachen en werd hij onder meer manager van Jong Oranje. In zijn rol als hoofdcoach van de Nederlands cadetten kwam hij in 1999 tijdens het Europees kampioenschap in het Tsjechische Ostrava voor het eerst in contact met Seattle Mariners. “Ik was zelf gestopt met spelen en ben toen door toenmalig technisch directeur Cees Herkemij gevraagd om coach te worden van het cadettenteam. Ik vond dat een erg leuke uitdaging. Bij het toernooi in Ostrava kwam ik in contact met Mauro Mazzotti, de huidige manager van het Spaanse honkbalteam. Hij was destijds scout voor Seattle Mariners in Europa, maar zocht een scout specifiek voor Nederland.” Dat werd uiteindelijk Peter van Dalen.

Van Dalen ziet de laatste jaren een positieve ontwikkeling in Nederland: “Op de eilanden zijn natuurlijk al een hoop jongens, die al getekend worden door verschillende clubs uit de Major League. Maar langzamerhand krijgen wij in Nederland ook meer talenten die boven komen drijven.” Hij geeft daar een uitleg bij: “Dat komt toch mede door Robert Eenhoorn met de introductie van de honkbalscholen. Door meer trainen en spelen zijn jonge spelers nu elke dag met het spelletje bezig. Daardoor vallen ze ook sneller op bij scouts.”

Inhaalslag

In het verleden was de fysieke achterstand van de jeugdspelers in Nederland op hun leeftijdgenoten in de Verenigde Staten en de Dominicaanse behoorlijk. Maar die verdwijnt gestaag aldus Van Dalen: “Wij lopen nog wel wat achter, maar we zijn op fysiek gebied absoluut bezig met een inhaalslag. Dat komt mede door de medewerking van Major League Baseball, die de laatste jaren al een strength and conditioning trainer naar Nederland stuurt. Vanaf november wordt er nu door de jongens drie tot vier keer in de week getraind.”

Zijn werk als scout valt of staat natuurlijk bij het vinden van potentiële aanwinsten voor Seattle Mariners. Hoe gaat dat nu in zijn werk? “Doordat ik veel bij de nationale teams ben, zie ik wel veel talenten. Dat geef ik door aan Seattle Mariners, zodat ze naar Nederland kunnen komen om naar die spelers te kijken.” Tot dusver voelt Van Dalen zich prettig binnen de organisatie uit Seattle. “Het is een hele menselijke organisatie. Zij vragen mij wel om niets te missen, maar er is geen druk.”

Lange jongens

Het valt op dat vooral Nederlandse pitchers de laatste jaren worden getekend. “Ze zijn toch wel gecharmeerd van lange jongens met goede bodies waar zij potentie in zien”, legt Van Dalen uit.

De plaats waar een Nederlandse speler zijn debuut in de Rookie League maakt, is volgens Van Dalen essentieel. “Seattle Mariners stuurt een jongen uit Europa niet naar de Dominicaanse Republiek. De sportcultuur daar is heel anders. Het is al lastig om prof te worden en dat is daar helemaal moeilijk. Profhonkbal is voor die lokale spelers de enige uitweg om aan de misère te ontkomen. Dan wordt het voor Nederlandse spelers heel moeilijk om niet ondergesneeuwd te raken. Seattle Mariners stuurt daarom de Europeanen naar Peoria, vlakbij Seattle. Daar kunnen zij beter wennen aan het profbestaan om van daaruit door te groeien naar een hoger niveau.”

Tegenslagen

Van Dalen vertelt ook over de voorbereiding tot tekenen van een speler. “Meestal komt Wayne Norton (coördinator van de Europese scouts, red.) over, samen met een paar andere mensen. Dan gaan wij die jongen bekijken en voeren we gesprekken met hem en zijn ouders. Voor Seattle Mariners is het belangrijk dat een speler eerst zijn school afmaakt. De organisatie kijkt ook naar het menselijke aspect. Verder wordt er gekeken naar de psyche van zo’n speler, hoe hij met tegenslagen omgaat in de wedstrijd bijvoorbeeld.”

Scout zijn in Nederland is geen fulltime job aldus Van Dalen. “Dit is echt een stukje puur hobby. Er zijn wel fulltime scouts, maar ik kan daar niet van leven.” Het is bovendien niet een functie die zomaar kan worden opgepakt. “Je moet zelf ook hebben gespeeld en ervaring hebben.”

Potentie

Als scout krijgt Van Dalen natuurlijk te maken met statistieken. Maar volgens hem zijn deze cijfers niet het belangrijkste: “Wat ik de laatste jaren met mijn ervaring bij Seattle Mariners merk, is dat deze club vooral kijkt naar de potentie van een speler. Hoe is zijn armactie? Kan hij nog harder gaan gooien door trainen? Kan hij een goede curveball of changeup gooien? Een scout kijkt niet gelijk naar een resultaat, maar dus meer naar hoe zo’n jongen zich in de Verenigde Staten kan ontwikkelen.”

Van Dalen: “Statistieken worden wel bijgehouden, maar een organisatie kijkt veel meer naar de mechanics van een speler. Kan hij fullpower gaan slaan bijvoorbeeld? Hoe is zijn arm in het outfield? Een club kijkt of daar progressie in kan worden geboekt.”

Binnenkort lees je op de Nederlandse honkbalsite ook een interview met Ton Hofstede. Hij is scout in Nederland voor Baltimore Orioles.

Deel dit bericht: Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page