‘Pitching is veel meer dan gewoon een balletje gooien’

Uit onderzoek is gebleken dat 63,2 procent van teambegeleiders geen cursus of opleiding heeft gehad. Om meer kwaliteitstraining aan te kunnen bieden, besloot Mampaey The Hawks-pitcher Kevin van Veen samen met Simone Willemse vorig jaar tot de oprichting van het Pitchingcentrum V-King Baseball. Willemse: “Het is een verzamelplaats voor alles rondom het thema honkbalpitching”.

Pitcher Kevin van Veen, die in de hoofdklasse behalve voor Mampaey The Hawks ook ook gooide voor het Rotterdamse Neptunus, heeft het verschil in begeleiding tussen Nederland en de Verenigde Staten zelf ervaren toen hij als pitcher voor een highschool en later college en university speelde. “In Amerika waren we elke dag van de week, twee keer per dag aan het trainen. Op het veld of in de fitness, onder leiding van deskundige coaches/trainers”, aldus van Veen.

Terug in Nederland moest hij wennen aan de beperkte begeleiding van pitchers. “Op de hogere niveaus word je geacht ‘het al te kunnen’, terwijl er op de lagere niveaus vaak weinig specifieke aandacht voor pitching is. Terwijl pitching veel meer is dan gewoon een balletje gooien.”

Passie

Van Veen, docent Lichamelijke Opvoeding in opleiding, raakte over het onderwerp in gesprek met Simone Willemse. De docente Lichamelijke Opvoeding en student Master Sport- en Beweeginnovatie is zelf ook honkbalpitcher bij het Rotterdamse Neptunus. In het gesprek tussen de twee kwam de passie voor het pitchen duidelijk naar voren. Willemse: “We hebben gesproken over techniek, tactiek, wedstrijden en begeleiding.”

Tijdens dit gesprek ontstond het idee een honkbalpitchingcentrum op te richten. “We wilden vanuit een professionele insteek een gedegen begeleiding bieden aan pitchers, trainers, begeleiders en verenigingen”, vertelt Willemse. “Waarbij er wel meer wordt gedaan dan het verzorgen van pitchertraining.”

Onderzoek

120715_pitchingcentrum_zaalVoor haar studie Sport- en Beweeginnovatie hield Willemse eerder dit jaar een onderzoek naar de kwaliteit van teambegeleiders. Uit dat onderzoek bleek dat 63,2% van de ondervraagden geen cursus of opleiding heeft gehad voor de rol die hij of zij vervult. Deze groep bestaat voor 50,7% uit begeleiders die de rol vanuit eigen honkbalervaring te vervullen en voor 12,5%  uit begeleiders die dit naar eigen inzicht doen.

Het onderzoek heeft niet alleen de huidige situatie in beeld gebracht, maar biedt ook inzicht in de behoeftes en wensen van de doelgroep. De uitkomsten van het onderzoek zijn meegenomen in het aanbod van het pitchingcentrum. “Het pitchingcentrum verzorgt niet alleen pitchingtraining”, licht Willemse toe. “Maar richt zich ook op de vorming van een kenniscentrum, blessurepreventie, voorlichting, begeleiding van technisch kader en opleiden van trainers. Het is een verzamelplaats voor alles rondom het thema honkbalpitching.”

Motorisch leren

Samenwerking en bundeling van de krachten met externe partijen wordt hierin als een belangrijke pijler beschouwd. Zo heeft het pitchingcentrum contacten met het innovatieve ‘Project Fastball’, uitgevoerd door de VU in Amsterdam, en met Dynamico, praktijk voor Fysiotherapie en Training.

Het pitchingcentrum, dat de Delfste club Blue Birds als thuisbasis heeft, is daarnaast continu op zoek naar nieuwe ontwikkelingen, om vervolgens de vertaalslag naar de praktijk te maken voor elk niveau en elke leeftijd. Eén van deze ontwikkelingen is het nieuwe zogenaamde ‘motorisch leren’, dat aansluit bij de vernieuwde trainingsaanpak van de KNBSB. Bij het ‘motorisch leren’ wordt de traditionele interne focus vervangen door externe focus. Willemse legt uiyt: “In de praktijk betekent dit dat een pitcher bijvoorbeeld niet meer te horen krijgt dat hij de bal langer vast moet houden, maar krijgt hij een bepaalde oefening of aanwijzing, waardoor hij de gewenste verandering automatisch uitvoert”.

Video-feedback

120715_pitchingcentrum_veldNaast het verwerken van dit principe in de trainingen van het pitchingcentrum, worden er ook hulpmiddelen als video-feedback en het gebruik van verschillende typen ballen ingezet. Vorige zomer heeft Willemse onderzoek gedaan naar het effect van video-feedback bij jeugdpitchers in de breedtesport. Uit het onderzoek bleek dat door het gebruik van video-feedback de motivatie en het enthousiasme van de pitchers steeg. Het pitchingcentrum neemt deze resultaten mee in de inzet van videofeedback in de trainingen.

Hoewel het pitchingcentrentrum nog jong is, zijn de ambities hoog. “We willen het niveau van honkbalpitching en pitchingbegeleiding in Nederland naar een hoger niveau brengen”, vertelt Willemse. “Met zijn allen werken we aan de positie van het Nederlandse honkbal in de wereldtop op weg naar de Olympische Spelen in Japan 2020.”

Zie voor meer informatie www.pitchingcentrum.nl.

Deel dit bericht: Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page