Van Aalen: ‘Ik wil altijd een doel bereiken’

Neptunus werd afgelopen maand winnaar van de European Champions Cup en speelt voor de 21e keer in de historie van de hoofdklasse weer om het Nederlands kampioenschap. Neptunus is ook Frans van Aalen.

Noem hem de baas en je hebt het bij het rechte eind. Moeilijk benaderbaar zo wordt hij genoemd. Zelf zegt Frans van Aalen dat in werkelijkheid niet te zijn. Hij is gewoon niet zo gretig om met iedereen te praten. Vanaf zijn twaalfde is hij doordrenkt van honkbal. In zijn doen en laten voor altijd man van Neptunus, vanaf 11 september vijfenzeventig jaar. Vriend en vijand zal toegeven dat zijn invloed op het Nederlandse honkbal enorm is. Al jaren lang.

Een zinsnede uit een boekje dat in 1993 bij het vijftig jarig bestaan van Neptunus-honkbal verscheen, van journalist en mede Neptunus-man Jan D Swart, is nog altijd treffend. “Hij is de enige die ik kan natekenen. U kunt het ook. Men tekent een bewegingsloze man van (toen) 98 kilo, die achter een zonnebril staat na te denken. Dat is alles. Het is een fluitje van een cent.” Anderen bij de club schijnen gezegd te hebben: “ssst, Frans prakkezeert”.

Herenakkoord

Zijn Curaçao Neptunus is een club met een internationaal geprezen accommodatie. Vanaf midden jaren tachtig steeds verbeterd. Niet in het minst doordat de organisatie van het World Port Tournament innig verweven is met de succesvolle club. Ook bij toewijzingen van Europese en wereldkampioenschappen was Van Aalen alert om een grote rol voor zijn stadion veilig te stellen. Neptunus grossierde ondertussen onder de dwingende blik van De Baas in titels op een plek waar Van Aalen al als kind vlak bij huis honkbal had ontdekt.

Slechts één keer heeft hij overwogen de club te verlaten. “Ik zal rond de tweeëntwintig geweest zijn en wilde hoofdklasse spelen, was gevraagd door Sparta. Maar er was een herenakkoord gesloten tussen de leiding van beide clubs.” Doorslaggevend was dat er werd gezegd ‘als hij weg gaat, wordt het niks meer met Neptunus’.
Dus bleef de catcher/tweede honkman en groeide tijdens en na het spelen uit tot een gezaghebbend man in de honkbalwereld. Nog zegt hij: “mijn hart ligt op het veld, maar nolens volens ben ik bestuurder geworden”. Landelijk als lid van het bondsbestuur, een periode als vice-voorzitter en een periode belast met de nationale teams. Ook bij de CEB en de IBAF in functies in het spoor van de Italiaan Aldo Notari.

Drive

Tijdens het World Port Tournament ontving Van Aalen vorige maand van de organisatie de gouden erespeld.

Tijdens het World Port Tournament ontving Van Aalen vorige maand van de organisatie de gouden erespeld.
Foto: © Rob Jelsma

Over de laatste periode zegt hij “ik vergiste me in het spel dat officials internationaal spelen als het erop aankomt herkozen te worden”. Van Aalen slaat niet zo snel vriendschappelijk op de schouder, wordt ook in eigen land wel gezien als beetje nurks, niet als populair. Zijn reactie daarop is: “ik wil altijd een doel bereiken en dat is voor sommige mensen wat te moeilijk”.

“Ieder mens heeft een drive”, zo verklaart Van Aalen zijn leven en dat verklaart voor hem zijn succes zowel maatschappelijk als met zijn club. “Ik was een jonge procuratiehouder bij een expediteur voor het vervoer van fruit via Rotterdam en kreeg de kans om voor mijzelf te beginnen. Dat heb ik gedaan. Ik wilde een mooie zaak maken. Zo was het ook met mijn club. Je krijgt er liefde voor en dan wil je die club naar het hoogste plan brengen.”

Duidelijk beleid

De vlucht is, zo denkt hij zelf, in 1981 begonnen met een eerste landskampioenschap. Toen al, maar ook nu nog, gebruikte Van Aalen zijn opvattingen. “Ik heb een hekel aan lange vergaderingen.” En: “je kunt niet besturen als je niets van honkbal weet”. Of: “je moet een duidelijk beleid voeren, over jaren, en er niet zo maar van afwijken. Wij bij Neptunus -denk niet dat ik het alleen doe, wij verjongen ook- houden altijd in gedachten dat wij als club top willen spelen. Tot in lengte van jaren”.

Houd je het nog een tijdje vol is een vraag die snel en kort een antwoord krijgt. “Ja.” Maar ook: “Ik zie in Nederland een neerwaartse spiraal, geen progressie. Wel beleidsplannen met huppellepup, die nooit gerealiseerd worden. Begrijp me goed, ik ben ook onze lieve heer niet, maar bij Neptunus beginnen wij volgend jaar met een andere opleiding voor de jongste jeugd. Fundamentals moeten bij BeeBall en de jongste jeugd beter worden bijgebracht. Ik ben dan wel een topsport jongen, maar de breedtesport moet toch echt ook aantrekkelijk voor de jeugd zijn”.

Deel dit bericht: Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Pin on Pinterest0Share on LinkedIn0Email this to someonePrint this page